Het begin van de dienst

door Tjeerd van der Ploeg

Het nieuwe Dienstboek biedt een aantal mogelijkheden waarmee de zondagse Eredienst kan beginnen.
Dit bepaalt ons opnieuw bij de vraag waartoe de bewoordingen die we gebruiken dienen.
Reden om eens wat studie te verrichten naar de achtergronden.

Eerst een schets van de situatie zo die bij ons is:
Na het luiden van de klok komt de dienstdoende predikant, met in zijn kielzorg de ambtsdragers, binnen.
De eerste woorden die gesproken worden zijn:
`In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen'
meteen daarop gevolgd door de bemoediging
vg.`Onze hulp in de naam van de Heer'
g. `Die hemel en aarde gemaakt heeft'
Aangezien de ouderling de Dienst van de Voorbereiding doet heeft deze hier de rol van voorganger.

Votum

Het `In de naam van ....' is afkomstig uit de Rooms Katholieke traditie. Het zijn de woorden die klinken aan het begin van de mis.
Tijdens de Introitus (Openingszang) treedt de priester binnen, vereert het altaar met een kus en kan het eventueel bewieroken.
Vervolgens maken allen staande het kruisteken en zingt de priester `In nomine Patris, et Filii, et Spiritus Sancti'.
Het volk antwoordt met `Amen'.
Deze woorden zijn het Votum (letterlijk:belofte). Het is een formule die wordt uitgesproken als belijdenis van Gods hulp, die de gemeente heeft samengeroepen.
Nogmaals: dit is de officiele traditie. Het aantal parochies waar het zo gaat is inmiddels uiterst klein geworden.

In de Reformatorische traditie is het votum altijd verbonden aan een liturgische handeling zoals de doop.
Strikt genomen zeggen we met `In de naam...' en `Onze hulp...' tweemaal hetzelfde. Beide keren wordt uitgedrukt in wiens naam we bijeenkomen. Om die reden wordt het `Onze hulp...' ook wel votum genoemd, hoewel dat eigenlijk niet juist is.
Vanwege het in onbruik zijn van het kruisteken en het ontbreken van een liturgische handeling past het beter de dienst te beginnen met het uitspreken van `Onze hulp...'.
De latijnse bewoording hiervan is Adjutorium (hulp).
Deze bewoordingen hebben hun oorsprong in de gebeden die voorafgaand aan de mis in de sacristie gezegd werden. Ze zijn later in de Eredienst zelf terecht gekomen.

De groet

Dan volgt de begroeting
vg.`Dominus vobiscum' (`De Heer zij met u')
g. `Et cum spiritu tuo' (`En met uw geest')

Ook andere bewoordingen zijn mogelijk zoals:
`Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus'
`Amen'
In de mis is de priester van meet af aan aan het woord.
Het is logisch dat de groet dan meteen gezegd wordt na het votum.
Wanneer de Voorbereiding wordt gedaan door een ambtsdrager verschuift de groet naar het moment waarop de predikant aan het woord komt.

Funktie van de groet

De predikant staat er niet namens zichzelf maar als plaatsvervanger van Christus. De groet die wordt gewisseld is dus meer dan een goeie dag, wat het k is. Het is het vooral het duidelijk maken van de rollen over en weer. De voorganger geeft ermee aan in dienst te staan van God terwijl de gemeente hem (of haar) in die rol bekrachtigt.
Vanouds werd de groet op meer plaatsen in de mis uitgesproken. (wel negen maal!)
Bijvoorbeeld voorafgaande aan de diverse gebeden en de lezing van het Evangelie. Dit gebeurde om elkaar bij de les te houden.
Dit veelvuldig wisselen van de groet heeft als nadeel dat de werking ervan onduidelijk wordt.
Wij kennen de groet behalve aan het begin van de Dienst van het Woord ook nog aan het begin van het Tafelgebed.

De groet mag alleen worden uitgesproken door een gewijde voorganger.
In de Getijdendiensten waar een gewijde voorganger aanwezig is klinkt het `Dominus vobiscum' voorafgaande aan de zegenbede.
Wanneer leken de getijden verzorgen kan op die plaats klinken:
`Domine exaudi orationem meam' (`Heer hoor mijn gebed')
`Et clamor meus ad te veniat' (`En mijn geroep kome tot U')